lijn

KETI’S

 
 

 

December

 

vrijdag 5 december
 

Er klopt iets niet…
Iemand hoort hier niet thuis.
Er is een imposter onder ons.
Blijf alert, vertrouw niemand.
Binnenkort komen jullie te weten wat er écht aan de hand is.
19u – 22u

 
zaterdag 13 december
 

Iets roert zich in het bos…
Een sein weerklinkt door de nacht.
De jacht is geopend.
Blijf alert
19u – 22u

 
vrijdag 19 december
 

HO HO HOW – Vrolijk Kerstfeest!
 
Er was eens… een koude winteravond ergens diep in december. Buiten dwarrelden de sneeuwvlokken zachtjes naar beneden, en in de verte klonk het vrolijke rinkelen van belletjes. In een klein dorpje, verscholen tussen de lichtjes, zat een groep vrienden rond een knetterend vuurtje. Ze lachten, zongen kerstliedjes en vertelden elkaar verhalen over het voorbije jaar.
 
Plots zei iemand:
“Zouden we volgend jaar niet samen iets groots vieren? Iets warms, iets gezelligs, iets dat ons nog dichter bij elkaar brengt?”
En zo geschiedde. Die vrienden, dat waren wij — de Chiro van Lier. Want als er één groep is die weet hoe je warmte en plezier moet delen, dan zijn wij het wel.
En nu is het eindelijk zover: het is Kerst!
 
De examens zijn achter de rug, de vakantie is begonnen, en buiten lijkt het wel alsof de wereld even stilstaat om te genieten van dat ene magische moment in het jaar. Overal twinkelen lichtjes, er hangt een geur van chocolademelk en kaneel in de lucht, en je hoort zelfs af en toe iemand “All I Want for Christmas” meezingen (of proberen toch).
Dus wat doen wij? Juist! We trekken onze mooiste kleren aan (ja, zelfs bij de Chiro mag dat eens!) en vieren samen het mooiste feest van het jaar: ons Chiro Kerstfeest!
 
Vergeet voor één avond die vuile Chirobroek, dat kapotte T-shirt of die sokken met gaten. Haal je mooiste hemd of jurkje uit de kast, want we gaan ons voor één keer op ons prachtigst aankleden. En geloof ons: dat wordt een prachtig zicht!
 
We gaan samen lachen, genieten, eten, misschien een klein dansje wagen, en vooral: tijd maken voor elkaar. Want dat is waar Kerst écht om draait — vriendschap, warmte en samen zijn.
 
Misschien delen we cadeautjes, misschien alleen wat koekjes (of liters chocomelk), maar wat we zeker delen, is gezelligheid. En zeg nu zelf: een Kerstfeest zonder onze Chirobende zou gewoon niet hetzelfde zijn.
Dus maak je klaar voor een avond vol lichtjes, sfeer en plezier.
Poets je schoenen, trek iets moois aan, en kom met een grote glimlach naar het kerstfeest van het jaar.
Meer praktische info — over de uren, het eten en eventuele verrassingen — volgt zoals gewoonlijk in onze WhatsAppgroep.
Tot dan, en vergeet niet:
It’s the most wonderful time of the year… zeker als je het viert met de Chiro!
18u – 23u

 
zondag 28 december
 

Beste leden
 
Waarom is er vandaag geen Chiro?
Dat zal ik jullie eens uitleggen aan de hand van een verhaaltje.
 
Het was een zonnige zondagochtend, de vogels floten vrolijk in de bomen en de Kerstman had net de cadeautjes laten vallen onder de bomen van heel het dorp. Maar… er was iets vreemd aan deze dag.
Bij de Chiropoort hing een groot bord: GEEN CHIRO VANDAAG!
 
Wat?! Geen Chiro? Hoe kon dat nu?
Pluisje, het kleinste konijntje van het bos, kwam nieuwsgierig dichterbij gehuppeld. “Geen Chiro?” piepte hij. “Waarom niet?”
“Vandaag is het de Kerstperiode!” riep een wijze uil vanuit de boom. “Alle leiding is druk bezig met te studeren én te feesten!”
Pluisje keek even sip. Geen spelletjes, geen gekke dansjes, geen vuile kleren…
Maar toen kreeg hij een idee.
“Weet je wat?” zei Pluisje. “Dan spelen we gewoon thuis Chiro!”
 
Hij begon een estafette door de tuin, verstopte chocolade-eitjes voor zijn broertjes en maakte een groot kamp van dekens in de woonkamer.
Zo werd het toch nog een superleuke dag!
En volgende week? Dan staan de leiding weer klaar met de gekste spelletjes, vuile handen en de luidste lach!
FIJNE VAKANTIE en tot volgende week!
 
Groetjes
De Leiding

 

Januari

 

 
zondag 4 januari
 

Leeftijd of ouderdom van een levend wezen of niet levend object op zeker tijdstip is de tijdsduur tussen het ontstaan en het bedoelde tijdstip.[1] In veel gevallen zal het tijdstip het heden zijn, en is de leeftijd de tijdsduur van bestaan. De begrippen leeftijd en ouderdom spelen onder meer een rol in de demografie en de ontwikkelings- en levenslooppsychologie.

Bij mensen wordt gerekend vanaf de geboorte en wordt de leeftijd meestal gegeven in gehele levensjaren. Een nieuw levensjaar (te onderscheiden van onder meer kalenderjaar en schooljaar) begint met de verjaardag, om 0 uur, ongeacht de tijd van geboorte, maar als men op 29 februari geboren is, begint het nieuwe levensjaar in niet-schrikkeljaren op 1 maart. Het gebruik van een rangnummer, zoals in ’18e levensjaar’ kan verwarrend zijn, men is dan 17 jaar (pas aan het eind van het eerste levensjaar wordt men 1 jaar, enz.).[2] Dit is overigens analoog aan het feit dat 2024 in de 21e eeuw is, enz.

Voor baby’s wordt de leeftijd wel gerekend in weken of maanden. Als dit van belang is, kan ook de leeftijd van oudere kinderen en volwassenen in dagen gegeven worden, waarbij de geboortedag als de eerste dag van bestaan geteld wordt.

Eenduidige formuleringen:

met op de puntjes niet noodzakelijk een heel aantal jaren:
(niet) jonger dan ..
.. of ouder
de leeftijd van .. (nog niet) hebben bereikt[3] met op de puntjes een heel aantal jaren:
vanaf .. jaar
tot .. jaar
van .. tot .. jaar
van 4 tot en met 11 jaar (dit betekent van 4 tot 12 jaar)[4][5] wanneer het niet gaat over verjaardagen:
een persoon van 18, 19 of 20 jaar (dit betekent van 18 tot 21 jaar)[6] De betekenis van een formulering als ‘ouder dan 12 jaar’ is niet eenduidig. De betekenis kan zijn ’12 jaar of ouder’, alleen om exact 0.00 uur op de twaalfde verjaardag geldt het eerste nog niet, maar het tweede wel (het maakt alleen verschil op dat ene moment[7]), maar ook 13 jaar of ouder.[8][9][10] Men kan dus beter zeggen 12 jaar of ouder, respectievelijk 13 jaar of ouder.

Een aanduiding als bijvoorbeeld 65+ of 65-plus betekent 65 jaar of ouder. Zo iemand wordt 65-plusser genoemd.

De AOW-leeftijd was in 2023 66 jaar en 10 maanden, dus geen geheel aantal jaren.[11]

Meestal begint een nieuwe levensmaand op dezelfde dag van de maand als de geboortedatum, maar als de betreffende dag niet bestaat dan op de eerste dag van de volgende maand. De maand waarin iemand een leeftijd van een bepaald aantal jaren en maanden bereikt is dus in het algemeen niet uitsluitend afhankelijk van zijn geboortemaand, maar ook van de dag van de maand. Dit geeft bij de AOW geen complicaties, doordat de AOW-leeftijd steeds per 1 januari wordt verhoogd, en december 31 dagen heeft. Merk verder op dat wanneer een levensmaand eindigt niet uitsluitend afhangt van wanneer hij begonnen is: een levensmaand die bijvoorbeeld op 1 juli begint, loopt tot en met 30 juli voor wie op de 31e van een maand geboren is, maar tot en met 31 juli voor wie op de 1e van een maand geboren is.

Alles wat in de tijd bestaat heeft een leeftijd, van het heelal tot ieder individueel mens.

De verschillende levensstadia van de mens worden gerelateerd aan de leeftijd, al zijn de grenzen niet altijd exact aan te geven. Aanduidingen afhankelijk van de leeftijd zijn:

baby of zuigeling
peuter
kleuter
(school)kind
puber
adolescent
volwassene
bejaarde, al dan niet gepensioneerd
De gemiddelde leeftijd van een volk geeft een indicatie van de vergrijzing. In Nederland was in 2005 de gemiddelde leeftijd 38,65 jaar, in België bedroeg die 39,99 jaar. Ter vergelijking: in Oeganda was in 2005 de gemiddelde leeftijd 14,8 jaar.
 
14u – 18u

 
zondag 11 januari
 

Een spel is een activiteit, buiten de gewone dagelijkse bezigheden, waaraan een of meer mensen – of bij uitbreiding andere diersoorten – deelnemen, als vermaak, maar ook om vaardigheden en talenten ten volle te benutten of te vergroten.

In het meervoud is

spellen: spel als “spelmateriaal”, zoals gezelschapsspellen en computerspellen;
spelen: het spel als bezigheid of activiteit, zoals het kinderspel of behendigheidsspelen.
De term “spel” wordt ook wel gebruikt voor zaken waarbij vermaak niet het doel is, zoals soms bij een rollenspel, en bij serious games. Een spel is soms (vooral) bedoeld voor anderen die er naar kijken of luisteren, zoals bij toneelspel, een hoorspel, en een spelprogramma op televisie.

Doel en middelen
Een spel wordt over het algemeen voor het plezier van de deelnemers gespeeld, hoewel een doel van het spel ook kan zijn bepaalde vaardigheden of kennis te vergroten. Kinderen spelen omdat ze het leuk vinden, maar ze leren er ook van. Over het algemeen is men het erover eens dat mensen in staat zijn puur om het plezier te spelen; bij dieren wordt verondersteld dat spel vooral als les dient.

Sommige spellen kunnen door één persoon worden gespeeld, maar over het algemeen gaan twee of meer personen in een spel met elkaar een competitie aan. Er bestaan ook spellen waarbij de deelnemers niet tegen elkaar strijden, maar moeten samenwerken om het spel tot een goed einde te brengen. Dit zijn coöperatieve spellen. In België en Nederland bestaan vele spelletjesclubs waarvan de leden geregeld samenkomen om te spelen.

Filosofisch
Filosoof David Kelly omschrijft een spel als “een vorm van recreatie die bestaat uit een verzameling regels die een doel aangeven dat moet worden bereikt en de toegestane middelen om het te bereiken”.

Dat dit niet alle vormen van spel beschrijft, geeft filosoof Ludwig Wittgenstein al aan als hij zegt dat het concept ‘spel’ niet kan worden gedefinieerd, en Stephen Linhart zegt: “Mensen zeggen dat je moet kiezen tussen spelen of het echte leven. Ik denk dat de bewering dat er een scheiding tussen die twee is, erg gevaarlijk is.”

Veel vakgebieden houden zich bezig met de studie van spel, waaronder antropologie, economie, speltheorie, statistiek, informatica/kunstmatige intelligentie, pedagogiek en de ludologie.

In de 21e eeuw wordt steeds meer gezocht naar online entertainment, en groeit het aantal gelegenheden voor jong en oud om een spel via het internet te spelen.

Sport en spel
Als een spel amusementswaarde heeft voor toeschouwers, kan het uitgroeien tot een sport, waarbij de spelers zich verenigen in een bond die toernooien en kampioenschappen organiseert of sanctioneert.

Informatie
In sommige spellen beschikt een speler altijd over volledige informatie. In de meeste spellen is dat echter niet het geval, bijvoorbeeld doordat:

men de hand en andere bezittingen van de andere spelers niet kan zien (scrabble, kaartspelen);
men het doel of de opdracht van de andere spelers niet weet (risk, carrière);
men (de volgorde van) de stapel of een andere voorraad niet kent (Magic: The Gathering, domino);
algemene informatie (nog) verborgen is, bijvoorbeeld een deel van het bord of de wereld (civilization, Dungeons & Dragons);
de zetten worden bepaald door het toeval, zoals een worp met een dobbelsteen (Mens erger je niet!, monopoly);
de regels aangepast kunnen worden als spelers daartoe besluiten (Nomic).
Het kan ook voorkomen dat op sommige momenten (een deel van) de informatie volledig is en vervolgens weer verloren gaat (Scotland Yard, annamaria koekoek).

Bij onvolledige informatie zijn kansrekening en geluk, en soms ook geheugen (memory, babushka) wezenlijke onderdelen van het spel. In sommige spellen is het vergaren van informatie een belangrijk hulpmiddel (bridge, stratego) of zelfs het hoofddoel (cluedo).

Bij volledige informatie is het in theorie mogelijk om met zekerheid de beste zet te bepalen en te weten of men kan winnen (zie Minimax). In de praktijk is dat echter alleen in eenvoudige gevallen te doen (bijvoorbeeld bij boter-kaas-en-eieren), en soms lukt het zelfs met een computer (nog) niet (dammen, schaken, go), doordat het aantal mogelijkheden zeer groot is.

Strategie en tactiek
Bij het spelen van een spel hoort het nemen van besluiten. Alleen in de allereenvoudigste (kinder)spel(l)en, zoals ganzenbord, of in specifieke situaties, is slechts een enkele zet of actie mogelijk of komt redelijkerwijs slechts een voortzetting in aanmerking.

Bij de besluitvorming kan onderscheid worden gemaakt tussen strategische planning en tactiek. Strategie is de algemene leidraad die een speler volgt tijdens een spel, en zal tijdens het spel niet of maar weinig veranderen. Enkele belangrijke strategische aspecten zijn opbouw, initiatief en balans. Tactiek is de wijze van handelen bij confrontaties, en kan tijdens een spel veelvuldig wisselen. Tactische elementen zijn bijvoorbeeld uitdagen, verrassen en verwarren.

Een hoge geluksfactor, zoals bij poker, sluit geenszins uit dat strategie en tactiek uiteindelijk de doorslag geven. Ook bij behendigheidsspelen vormen strategie en tactiek een wezenlijk onderdeel van het spel.

Spelregels
Spelregels zijn geboden waaraan een speler of beoefenaar van een sport of spel zich moet houden. Bij het niet-naleven van een spelregel kan iemand gediskwalificeerd worden. Spelregels komen voornamelijk voor bij gezelschapsspellen, computerspellen en sporten.

Soorten spellen
balspel
bordspel
computerspel of game
denksport
dobbelen
gezelschapsspel
kaartspel
kansspel
puzzel
raadspel
rollenspel
steekspel
taalspel
woordspel
Nulsomspel
Gedachtespel
Literatuur
Jan Joost Lindner, De Spelletjesgek. Homo Ludens, bord- en kaartspelen in de Volkskrant, uitgegeven door de Volkskrant, 1996, ISBN 9071474356
 
14u – 18u

 
zondag 18 januari
 

Schaatsen is het zich voortbewegen op dunne, rechte ijzers (schaats) over ijs. Schaatsen kan zowel op natuur- als op kunstijs beoefend worden.

Geschiedenis
Zie ook: Schaats
Prehistorie

Een tekening van een glis
Uit vondsten blijkt dat de mens in de prehistorie al probeerde om ijsvlakten sneller over te steken. Hiervoor gebruikte men schaatsen gemaakt van dierlijke botten. Deze werden geslepen totdat het oppervlak glad genoeg was. Schaatsen was toen nog vooral een kwestie van glijden. De allereerste schaatsen worden daarom glissers genoemd; glis, is een rib of een middenvoetsbeen van een rund, paard of hert. De glissers werden voorzien van gaten en met pezen of palingvellen aan de voet bevestigd. Archeologen hebben op de bodem van een Zwitsers meer resten van dergelijke schaatsen gevonden, die gedateerd zijn op ongeveer 3000 jaar v.Chr. Daarnaast werden er gelijksoortige vondsten gedaan in onder meer Rusland, Scandinavië, Groot-Brittannië, Nederland, en Duitsland.

Middeleeuwen

Lidwina’s val in Johannes Brugmans heiligenleven over Lidwina
In 1194 schreef een klerk (William Fitzstephen) een biografie over Thomas Becket, waarin een beschrijving voorkwam van enkele populaire sporten in Londen, waaronder schaatsen.

Het schilderij IJsvermaak van Hendrick Avercamp.
Voordat men in Nederland en België het woord schaats gebruikt, werd het voorwerp al eeuwen gebruikt. De bakermat van het schaatsen in de lage landen ligt in Holland en Vlaanderen. In deze contreien ontwikkelde de schaats zich van een eenvoudig bot tot een constructie met een ijzeren mes waarop men zich snel kan voortbewegen. De oudste vondsten van schaatsen dateren van rond 1225 uit Dordrecht en Amsterdam. Uit Vlaanderen zijn zelfs nog oudere afbeeldingen te vinden. In andere gedeelten van Nederland zoals Friesland bleef men nog eeuwen op botjes schaatsen. Over de naam die men destijds aan de schaats gaf is nog geen duidelijkheid. Mogelijk noemde men schaatsen “ijzers” of een variant daarop. In de Tweede Martijn van Jacob van Maerlant sprak hij over een “iserne schoen”, oftewel een ijzeren schoen. In dit gedicht schreef hij “Al draag ik ijzeren schoenen ik zou niet aan je kunnen ontkomen”[1]. Een duidelijke verwijzing naar het schaatsen, dat in de middeleeuwen de snelste manier van voortbewegen was. De tekening Lidwina’s val van Johannes Brugman toont de heilige Lidwina met schaatsen aan haar voeten. De houding van de schaatser op de achtergrond doet vermoeden dat er al schaatsen met een ijzeren onderkant werden gebruikt, maar veel meer informatie over het schoeisel is niet bekend.

19e eeuw

Afbeelding van Friese vrouwen uit Das festliche Jahr in Sitten, Gebräuchen und Festen der germanischen Völker, 1863

Nederland internationale Ice Skating Championships (L. Baron A. Van Panshin, R. J.F. Donoghue, januari 1889).
In de 19e eeuw waren er drie typen schaatsen: de Hollandse krulschaats, de Zuid-Hollandse baanschaats en de Friese schaats. De eerste twee werden gebruikt om te zwieren, de laatste was puur voor het hardrijden. Doordat de Friese schaats een scherpe punt had ontstonden er gevaarlijke situaties, waarna als gevolg van diverse verboden een krul aan de voorkant van het ijzer werd toegevoegd. Hierdoor werden de ijzers steeds langer, wat meer stabiliteit en dus een langere slag opleverde. Dit droeg bij aan de populariteit van dit schaatstype dat men Friese doorloper ging noemen.

Rond 1800 werden er al, met name in Friesland en Groningen kortebaanwedstrijden verreden. Hier was goed geld mee te verdienen. Op 17 september 1882 werd de Koninklijke Nederlandsche Schaatsenrijders Bond (KNSB) opgericht als overkoepelende organisatie voor het schaatsen. Tegenwoordig zijn het lange- en kortebaanschaatsen, shorttrack, kunstrijden, marathonschaatsen, schoonrijden, skaten en toerschaatsen vertegenwoordigd in de KNSB.

Schaatswedstrijd voor vrouwen (Leeuwarden, 1809)
Schaatswedstrijd voor vrouwen (Leeuwarden, 1809)

Friese schaatsen
Friese schaatsen

Jaap Eden op de schaats
Jaap Eden op de schaats

Friese Doorlopers van Hendrikus Jacobus Gorter, Zwolle, ca 1900
Friese Doorlopers van Hendrikus Jacobus Gorter, Zwolle, ca 1900
20e eeuw
Zie ook: Internationale Schaatsunie
In juli 1892 werd in Scheveningen besloten tot de oprichting van de Internationale Schaatsunie (ISU). Deze organisatie voldeed aan de behoefte aan internationale regels. Tijdens het eerste officiële wereldkampioenschap in 1893 werd Jaap Eden de eerste wereldkampioen hardrijden op de schaats.[1] Drie jaar later volgen er ook wereldkampioenschappen kunstschaatsen. Pas in 1981 volgde shorttrack als derde discipline met een eigen WK.

Zie ook: Ontwikkeling van de schaatssport
Op technologisch gebied maakte de schaatssport ook grote ontwikkelingen door. Men ging steeds op zoek naar manieren om lucht- en ijsweerstand te verminderen. Hierin zijn drie belangrijke uitvindingen te herkennen:

(Overdekte) kunstijsbanen
Aerodynamische pakken: in de jaren zeventig reden schaatsers nog met losse wollen kleding, maar in de jaren daarna volgen gladde, aerodynamische pakken van onder meer nylon en kunststof.
Klapschaats: op de Vrije Universiteit Amsterdam werd onder leiding van Gerrit Jan van Ingen Schenau een schaats uitgevonden waarvan het ijzer kon scharnieren, zodat het langer contact met het ijs hield. Dit leverde een aanzienlijke snelheidswinst op.
Duur: 50 seconden.0:50
Bioscoopjournaal uit 1946 met schaatsers op een natuurijsbaan (in Den Haag?) onder wie oud-minister van Binnenlandse Zaken mr. J.B. Kan.

Grafiek met de ontwikkeling van de snelheid bij het langebaanschaatsen sinds de 19e eeuw
Grafiek met de ontwikkeling van de snelheid bij het langebaanschaatsen sinds de 19e eeuw
Principe en techniek
Veel Nederlanders schaatsen vanaf jonge tot op hoge leeftijd.
Veel Nederlanders schaatsen vanaf jonge tot op hoge leeftijd.

Schaatsers op natuurijs op het Drontermeer in december 2008.
Schaatsers op natuurijs op het Drontermeer in december 2008.

Martina Sáblíková tijdens het maken van een overstap
Martina Sáblíková tijdens het maken van een overstap
Schaatsen is mogelijk doordat zich bovenop het ijs, ondanks temperaturen onder het vriespunt, een zeer dun laagje water van enkele moleculen dik bevindt,[2] waarop het ijzer van de schaats met zeer geringe wrijving over kan glijden. Een schaatser kan sturen door de schaats te kantelen, waardoor de rand van het ijzer in het ijs ‘graaft’. Hierdoor verandert de wrijving en is het mogelijk om van richting te veranderen.

Een goed uitgevoerde schaatsslag is een vloeiende beweging waarbij de onderstaande stappen in elkaar overgaan:

Afzet met linkerbeen / valbeweging naar rechts
Neerzetten rechterbeen / achterlangs bijhalen linkerbeen
Afzet met rechterbeen / valbeweging naar links
Neerzetten linkerbeen / achterlangs bijhalen rechterbeen
Bovenstaande beweging wordt alleen gebruikt om rechtuit te schaatsen. Bij het nemen van een bocht maken schaatsers een zogenaamde overstap, ook wel pootje over genoemd. Hierbij wordt afgezet met rechterbeen, dat vervolgens voorlangs over het linkerbeen wordt geplaatst. Na het strekken van het linkerbeen wordt dit been naast het rechterbeen neergezet, waarna de cyclus weer opnieuw begint.

Recreatief schaatsen
The Rodenhuis-Kingma skates (1896).
De Rodenhuis-Kingma-schaats uit 1896, vervaardigd in de Zwolse stoom schaatsenfabriek ‘Hercules’ van Henri Gorter
Wanneer men het in het Nederlands over schaatsen heeft, bedoelt men daarmee niet altijd “het hardrijden op de schaats”, maar ook een prettige vrijetijdsbesteding op winterse dagen. Het is een van de oudste Nederlandse volkssporten en wordt van jongs af aan geleerd.

Wanneer het een paar dagen vriest en het ijs stevig is, geven Nederlandse scholen weleens “ijsvrij”. Het is als volksvermaak een typisch Nederlands verschijnsel.

Een groot aantal schilders uit de lage landen hebben vanaf de middeleeuwen de winterse ijspret vastgelegd met kwast en verf.

Ook in andere landen van het noordelijk halfrond is schaatsen in trek, met name in Scandinavië (Zweden, Finland, Noorwegen). Schaatsen is daar echter een veel riskantere sport, omdat men niet over van tevoren gekeurde trajecten rijdt, omdat de wateren over het algemeen dieper zijn en veel afgelegener zijn (waardoor hulp zelden voorhanden is). Daarom heeft men daar extra uitrusting bij het schaatsen om zichzelf beter te kunnen redden.

Ongebaande toertochten
De stichting Hollandse Lange Schaats Klub HLSK (www.hlsk.nl) was de eerste in 2008 die dit soort veilig schaatsen in Nederland introduceerde vanuit Zweden. In 2016 is de Nederlandse Toerschaats Vereniging NTSV (www.ntsv.nl) opgericht in verenigingsvorm. Zij ondersteunen het “ongebaand” veilig schaatsen op natuurijs, waarbij tijdens het schaatsen steeds wordt beoordeeld of het ijs veilig is om over te schaatsen. Meewindse dagtochten kunnen tot 130 km oplopen, maar zijn doorgaans 30–60 km. In Scandinavië zijn vele van deze toerclubs.

Uitgezette (gebaande) toertochten

Toertochtmedailles

Toerschaats van Raps
Veel Nederlandse ijsclubs organiseren tijdens schaatswinters toertochten over plassen, meren, sloten en kanalen. Recreanten worden daarbij in de gelegenheid gesteld een tocht af te leggen langs een op ijsdikte en veiligheid gecontroleerde route (een “gebaande” route). De afstanden variëren van circa 10 tot circa 200 km. De tochten voeren soms door gebieden die anders niet of nauwelijks toegankelijk zijn.

Veelal krijgen betalende deelnemers, die onderweg op elk controlepunt een stempelkaart hebben laten afstempelen, na afloop een medaille overhandigd of toegestuurd. IJsclubs kunnen dergelijke tochten aanmelden bij de KNSB, die er dan ruchtbaarheid aan geeft. De KNSB stelt daarbij minimumeisen aan de ijskwaliteit.

Bekende tochten zijn onder meer de Hollands-Venetiëtocht (in en om Giethoorn), de Noorder Rondrit (in de provincie Groningen), de Rottemerentocht (Zevenhuizen) en de Elfstedentocht (Friesland). Een bijzondere tocht, die slechts zelden gereden kan worden, is die van Enkhuizen naar Stavoren en weer terug, dwars over het dichtgevroren IJsselmeer. In 1996 deden zo’n 35 à 40.000 schaatsers een poging.[3]  
meer info volgt nog via mail en in de WhatsApp-groep

 
zondag 25 januari
 

De Chirojeugd Vlaanderen, in de volksmond kortweg Chiro genoemd, is een jeugdbeweging die vooral actief is in het Nederlandstalig gedeelte van België (zie Vlaanderen). Daarnaast is ze in mindere mate ook aanwezig in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en in de Belgische Oostkantons. De Franstalige zusterbeweging in België heet Patro.

Het ledenaantal van Chirojeugd Vlaanderen ligt rond de honderdduizend. Daarmee is het de grootste jeugdbeweging in Vlaanderen en België.

De beweging heeft ook internationale vertakkingen, zoals Jong Nederland, maar vooral in Latijns-Amerika en Afrika (Chiro Burundi, Chiro Zuid-Afrika en Kiro Congo, bijvoorbeeld), en werkt via de internationale koepel FIMCAP[2] samen met jeugdbewegingen over de hele wereld.

Identiteit en symbolen
Naamgeving
De naam Chiro komt van de Griekse letters chi (χ) en rho (ρ), wat verwijst naar de eerste letters van Jezus’ bijnaam, Christos, Grieks voor de gezalfde. De keuze voor deze Griekse letters had te maken met het Nieuwe Testament, dat oorspronkelijk in het Koinè-Grieks is geschreven. Oorspronkelijk verwees de term “Chirojeugd” enkel naar de jongens in de patronaten. Jozef Cleymans gebruikte het woord in het hoofdartikel van Het Katholiek Patronaat, toen dat voor de eerste keer verscheen, op 1 oktober 1934. In dat artikel stelde hij een werking voor waaruit de latere jeugdbeweging zou groeien.

De opvoeding die in de patronaten gegeven werd, paste binnen het idee van “Alles voor Vlaanderen, Vlaanderen voor Kristus” (de AVV-VVK-gedachte).

Christus Koning, het “Chirofeest” van vroeger
Christus Koning wordt door bepaalde groepen gevierd op de laatste zondag van het kerkelijk jaar, dus de week voor de advent begint. Gewoonlijk is dat in de week van 20 tot 26 november (de laatste zondag van het kerkelijk jaar, bij de protestanten ook wel eeuwigheidszondag genoemd). Het feest was lange tijd een van de hoogdagen voor deze vereniging in de Christus Koning-gedachte. In de parochie van de plaatselijke Chirogroep was er een viering en die werd aangevuld met lokale activiteiten, zoals daar zijn een jeugdhulde, een spellendag, een ouderfeest. In het Chiro-ideaal waren de leden ridders en dienaressen van Christus. Het thema Christus Koning verdwijnt stilaan vanaf de jaren 1960, maar sommige groepen houden tradities in ere en vieren nog Christus Koning, weliswaar met een hedendaagse invulling.[3]

Logo

Het Christusmonogram
Gedurende tientallen jaren gebruikte men het labarum of Christusmonogram als symbool. In de jaren 1980 werd de Χ uitgerekt tot een open cirkel, om te tonen dat de Chiro een beweging is, een gemeenschap die op zich staat (een kring of cirkel), maar die oog heeft en openstaat voor de omgeving en de wereld (de opening in de cirkel).[bron?]

In 2005 lanceerde de Chiro een vernieuwde huisstijl. Men koos daarbij voor “een wit logo in een rood en speels vlak”

wit: omdat het logo zo sterker staat en meer opvalt
rood: omdat het een van de bewegingskleuren is, minder ‘hard’ dan zwart, krachtiger dan beige en dynamischer dan blauw
speels: “dat spreekt voor zich!”
Chirovisie
De Chirovisie wordt beschreven in de Chirodroom. Die valt samen te vatten in drie Chirowaarden: graag zien,[4] innerlijkheid[5] en rechtvaardigheid.[6]  
14u – 18u

 

De Keti-leiding

Heeft u een vraag?
Stel ze gerust aan de afdelingsleiding van uw zoon/dochter via de contactpagina!
 
Onze Whatsapp groep ;))

 

Belangrijke data!

19-21 september : Feestweekend🥳
17 oktober : Dag van de Jeugbeweging 😜
31 oktober – 2 november: ketiweekend 1 💙
22 februari: Spaghettidag 🍝
30 april – 3 mei: ketiweekend 2 💃
?
21 – 31 juli: kamp 🏕️

2017 - 2025 © Chiro Lier - Gemaakt door Lode Tobback - Privacyverklaring