2012 – 2013 in woord



Verslag Dodentocht 2013

Op zaterdagavond 9 augustus liep de Dodentocht voor de 44ste keer ten einde en we zijn trots te verslagen dat onze Chiro ook vertegenwoordigers had tussen de kleine 12.000 deelnemers. Onze jongste was aspirant Jef Boermans vergezeld van 6 leiders; Tom Dufour, Sven Tielemans, Jeroen Boets, Matthias Raeymaekers, Wouter Janssens en Dieter De Koninck. De afgevaardigden van onze oud-leiding vonden we in de persoon van Han Engelen en Daniel Van Dingenen.

We beginnen bij het begin. Op vrijdag 8 augustus rond 18u stond afdeling “Jef” met zijn 6 leiders paraat aan het station van Lier. Door toeval kwamen we nog 2 van onze 3 nieuwste aanwinsten in de leidingsploeg tegen, Levi Dufour en Arnout Cillissen. Ze stonden net op het punt om de trein te nemen als eerste etappe in hun reis naar Spanje. Stilletjes vroegen we ons af of wij wel de juiste invulling aan de vakantie hadden gegeven.

Het was echter te laat om nog van koers te veranderen: het inschrijvingsgeld was betaald, er waren vele euro’s aan druivensuiker en krachtvoer verspeeld, een mini-apotheek met specialisatie voor voet -en spierblessures, zat in de rugzak en de wandelsokken -en schoenen waren ingelopen. Indachtig aan de eeuwenoude regel om elke activiteit in de Chiro te starten met een goed humeur, namen we de trein richting Bornem.

Het optimisme zat erin, enkele dagen voor het kamp hadden we immers een tocht door het donker naar Scherpenheuvel ondernomen en al zijn we er door slechte signalisatie van wandelknooppunten niet geraakt, hadden we toch al 47 kilometer in de benen en een goede kennis van hoe je ’s nachts je eigen het best verzorgde als wandelaar. Bovendien was de leiding die deelnam een laatste restant van periode waar in de Chiro vaak tochten werden ondernomen, zelfs als speelclubber al. Vroeger werden tweedaagsen vaak te voet gedaan en allemaal hadden we er heel wat droppings opzitten. Daarnaast was de grote onwetendheid over het ware gezicht van de Dodentocht, allicht ook een factor die leidde tot goede luim.

Wachtend op de trein naar Antwerpen-Berchem, liepen we onze volwassen begeleider, Stijn Vivijs (alias “Vijs”) nog tegen het lijf. Ook Vijs had wellicht een verstandigere invulling gegeven aan zijn vakantie en was op weg naar Antwerpen voor een gezellige reünie met zijn oud-medeleiders.

Om in Bornem te geraken moet je in station Antwerpen-Berchem overstappen op de trein naar Gent en vervolgens afstappen in Sint-Niklaas. In Sint-Niklaas hadden we 3 kwartier de tijd om de voeten nog wat extra aandacht te geven. Om de wrijving met sok en schoen te verminderen, hadden we talk bij die we dan op de voetjes smeerden. Prachtig zicht, u kan het zich wel voorstellen, 7 jongens met sneeuwwitte voeten op het perron.

Na onze stop in Sint-Niklaas, konden we de trein naar Bornem nemen, en we zagen voor het eerst andere deelnemers opduiken. Het was een aangename sfeer in de trein maar we merkten meteen dat onder de andere deelnemers serieuze beren zaten. De realiteit van de tocht begon een beetje tot ons door te dringen. Het weze ook vermeld dat op de trein voor het eerst een grapjas onder ons een ludiek moment voor de woorden “Is ’t nog ver?” had gevonden.

De juiste toon was gezet en toen we in Station Bornem afstapten, werd de omvang van hét wandelevenement van België duidelijk. De anders zo rustige landelijke gemeente verwelkomde 1000den mensen met kraampjes, vlag en wimpel. We ontmoetten ook Han en Daniel die met de auto waren gekomen en ons stonden op te wachten. Al de inschrijvingen hadden Dieter en Matthias (het “Ei”) op voorhand al in orde gemaakt en dus konden we rechtstreeks naar de start gaan.

De regels van de tocht zijn vrij bekend: er dient 100 kilometer gewandeld te worden binnen 24u. De start is om 21u in Bornem en de aankomst, 24u later ook in Bornem. Om de regels te controleren, wordt er gewerkt met een systeem van elektronische chips zoals bij vele loopevenementen. Iedere deelnemer krijgt een elektronische startchip rond de nek gehangen en tijdens de tocht zijn er 16 controleposten, waar je dan over een bermpje dient te lopen die je tijd registreert. Daarnaast heeft iedere controlepost een openingsuur en een sluitingsuur en als je te laat aan een controlepost bent, moet je opgeven.

Bij elke controlepost is er naast de scanningscontrole de gelegenheid om water te drinken of later in de tocht andere (soms warme) dranken. Er wordt voedsel en snacks uitgedeeld om de energiepijlen op punt te houden en haast overal kan je medische hulp krijgen of een massage. Deelnemers die willen opgeven, moeten zich ook op zo’n controlepost laten uitschrijven.

Na de registratiecontrolepost te hebben doorgelopen, begaven we ons zo dicht als we konden naar de startplaats. Helemaal vooraan komen, was onmogelijk daar 12.000 deelnemers immers het zelfde idee hadden opgevat. Dus probeerden we zo goed en kwaad als kon te dringen tot we een plekje vonden waar we nog even konden plaatsnemen op de grond.

Iets na 21u begon de colonne in beweging te komen. Een startschot hebben we niet gehoord maar we wisten dat we vanaf nu iedere meter die we stapten, er weer eentje dichter bij de aankomst zaten. Totaal buiten onze verwachting is het begin van de Dodentocht echter een trage bedoening. Door het groot aantal deelnemers en de beperkte breedte van de straten in Bornem-stad, is een vlotte start onmogelijk. Werkelijk slenterend en op de hielen trappend dienen daarom de eerste 5 kilometer volbracht te worden.

Langs het parcours stonden heel wat toeschouwers om ons aan te moedigen, waaronder ook enkele van onze eigen leiders en leidsters. Ze hadden ons dan wel gek verklaard maar ze stonden er toch met al hun enthousiasme en lieflijkheid en hun steun zou tijdens de tocht nog zeer van pas komen. Ook Maarten Janssens stond erbij, zwaaiend met zijn startchip, en zijn eeuwige jolige smoel. Maarten had de “pech” om net een week voor de tocht geopereerd te moeten worden aan het been en zoals de Engelsen het zeggen “dodged a bullet”.

De nacht viel al snel in en toen we aan de tweede controlepost kwamen in Weert rond half 11, was het even al pikdonker. De legendarische gratis snacks konden we nog niet bespeuren maar een bekertje water, dat kon er al wel vanaf. Als we één ding hadden gehoord van andere deelnemers dan was het om alles wat aangeboden werd, aan te nemen en te verorberen. Er was ons immers op het hart gedrukt dat als je tijdens de tocht ooit dorst of honger zou krijgen, de slaagkansen er niet meer rooskleurig uit zouden zien.

Na de controlepost in Weert maak je op de kaart een klein toertje en loop je terug door het centrum van Bornem om vandaar te beginnen aan de lange cirkel die je moet maken door ons mooie Vlaamse, maar in het donker niet zo zichtbare, land. Het werd ook meer en meer duidelijk dat de Dodentocht buiten zijn wandelessentie ook een feestelijke kant kan hebben, voor de deelnemers of toeschouwers, dat laten we in het midden maar onderweg zijn we de hele nacht veel mini-buurt en straatfeestjes gepasseerd. Even meevieren doe je door gewoon erdoor te wandelen en hoewel niet iedereen van ons de tocht zou uitlopen, heeft iedereen waarschijnlijk zijn persoonlijk record gebroken qua aantal feestjes per dag bezocht!

Andere mensen die ook op een feestje zaten was onze medeleiding, maar hoewel ze duidelijk zelf aan een goede partij dansport bezig waren, belette hen dat niet om ons geregeld smsjes van aanmoediging te sturen. Enkele van die feestbeesten zijn zelfs tot 4 uur speciaal voor ons blijven gaan, om ons een hart onder de riem te kunnen blijven steken. Het zijn toch schatjes! Vooral de meisjesleiding! Maar ook onze grote afwezige van wie het idee om deel te nemen oorspronkelijk was gekomen, liet ons niet in de steek. Matthias Vervoort stuurde ons, ondanks een drukke avond in het restaurant, geregeld smsjes. Matthias had spijtig genoeg geen vakantie kunnen krijgen om deel te nemen en probeerde zo toch een beetje bij ons te zijn.

Hoewel de dorpskernen wel leuk waren om door te lopen met al die festiviteiten, waren de donkere landwegen zeker niet motiverend. Daar werd het ons voor het eerst duidelijk dat de Dodentocht voor veel mensen een haast religieus of filosofisch karakter heeft. Vele mensen lopen de tocht alleen, of in een koppel. Grotere groepen zoals die van onze Chiro waren slechts zelden te bespeuren en dan ging het dan nog vaak om zwijgzame militairen. Resultaat was dat ondanks de duizenden wandelaars je bijna een naald kon horen vallen. Gelukkig was Dieter een beetje vooruitziend geweest en hadden we een goede werfradio bij en een ipod vol opzwepende muziek om de moed erin te houden.

De nachtelijke wandeling zou nog duren tot Breendonk waar je 100den gratis bekers Duvels ziet staan, die je jammergenoeg maar verstandig best afslaat. Een soepje is even goed dachten we. Maar de nachtelijke tocht die ondanks onze werfradio eerder iets had van een dodenmars, had zijn tol geëist. Dieter was gezegend met zijn eerste 3 blijnen, Sven zag het niet meer zitten, en zelfs Wouter Janssens was minder vrolijk dan we hem anders kennen (in alle eerlijkheid spreken we echter maar om een enthousiasme-verlies van 20%).

Dat was echter allemaal niets tegen de echte blessures die waren opgelopen. Tom Dufour had zo’n pijnlijke knieën dat het voor hem onmogelijk zou worden om de tocht uit te wandelen zonder er ernstige kwetsuren aan over te houden. De hielen van Jef hadden het begeven en ook hij moest opgeven om thuis een kuur van ontstekingsremmers te starten. Ei, na een drukke werkweek, had onderweg zijn energie verloren en met ondraaglijke spierpijnen moesten we ook van hem afscheid nemen. Het was een bewustmaking van hoe zwaar het wel niet is om de ganse nacht zonder rust of oponthoud door te wandelen.

Doorwandelen of niet, we beseften allemaal voor het eerst wat de Dodentocht inhield en wat je ervoor moest over hebben. Na uitwisseling met zij die moesten stoppen van teveel gewicht tegen extra druivensuiker, sokken en voedsel, lieten we de brouwerij van Duvel achter ons met nog 60 kilometer voor de boeg. Het afscheid van 3 van onze makkers was echter zoals je je wel kan voorstellen, een domper op het moraal.

De zon kwam op en toen we halfweg waren, kwamen ook de eerste elektronische duwtjes in de rug terug binnen op de onze gsm’s. De eerste zonnestralen en de steun hadden we erg nodig want naast pijn in de voeten kregen we nu ook af te rekenen met andere blessures zoals rugpijn, stijve spieren en pijnlijke gewrichten. Daniel die twee weken eerder zijn voet had omgeslagen, “verwelkomde” ook opnieuw deze pijnen. En Sven die was ondertussen al 10 kilometer zinnens om op te geven.

Daarom besloten Dieter en Daniel in Peizegem bij controlepost 8 zich te laten verzorgen met een behandeling voor de blijnen en een massage van benen en rug. Jeroen, Wouter en Han gingen al verder en Sven zo ging het gerucht, ging zich laten uitschrijven. Daniel met een ingetapte enkel en Dieter met meer plakkers op zijn voeten dan hij tenen heeft, gingen verder om onderweg een kleine verrassing in de berm te vinden. Sven was toch verder gegaan en zat even uit te blazen. Hij wandelde mee tot de volgende controlepost en omdat hij zo zei hij ging stoppen, kreeg hij de werfradio en de trui mee van Dieter.

Jeroen, Wouter en Han bleven samen en namen nog maar korte rustpauzes in de controleposten om geen last te krijgen van stijfheid. Het zou het einde betekenen van de groep en ieder zou zichzelf alleen leren tegenkomen.

Na 10 kilometer nog samen te wandelen, moesten de wegen van Dieter en Daniel zich ook scheiden. Om zijn voet te sparen, moest Daniel immers een trager tempo aanhouden en om een oude blessure aan de linkervoet te kunnen negeren, moest Dieter een sneller tempo wandelen. Daniel moest opgeven aan controlepost Opdorp met 66 kilometer in de benen en het weze gezegd al 8 uitgelopen edities van de Dodentocht achter de rug. Het was voor onze volgers thuis en voor onszelf nu eens te meer duidelijk dat er een verschil is tussen de taalkundige stelling “100 kilometer wandelen” en deze effectief fysiek uitvoeren.

De 33 kilometer die toen nog volgden, zijn voor iedereen hard geweest, maar de gedachte aan wat we al hadden opgeofferd en aankomstlijn waar vrienden en familie ons zouden opwachten, stuwde ons verder dan we ooit dachten. Ieder van onze leiders heeft voor het eerst in zijn leven écht aan de lijve ondervonden wat het betekent om iets “op karakter” te doen. Het zou de belangrijkste les zijn van deze hele onderneming en de reden waarom we zo trots zijn op wat we hebben gedaan. Dit is waarom ondanks alle miserie en het afzien, de Dodentocht voor zo vele mensen jaar na jaar op de agenda staat en waarom ook wij zeggen dat het een aanrader is en blijft.

Han zou als eerste aankomen om half 7 ’s avonds, Wouter en Jeroen kwamen om 10 voor 7 aan, Dieter finishte om kwart na 7 en de grote verrassing! Door een blijkbaar een onbeschrijflijke kracht, motivatie en een karakter om u tegen te zeggen, weigerde Sven om te stoppen en bleef controlepost na controlepost verder knokken om om 10 voor 9 aan te komen in Bornem.

De tocht zou slechts door 61% van de deelnemers uitgelopen worden en ook in onze groep zijn er slachtoffers gevallen maar aan allen die de uitdaging hebben aangedurfd, PROFICIAT!

Om te vieren dat we het hadden aangedurfd deel te nemen, nodigde, na een verkwikkende nachtrust (al dan niet met een beetje koorts), Matthias Vervoort ons zondag uit voor een terrasje om iedereen te feliciteren en dan kwamen de mooie beelden pas naar voor. Sven die normaal altijd van de partij zou zijn in die gevallen, weigerde uit zijn zetel te komen. Wouter en Jeroen, de helden, zaten de volgende dag zo goed dat ze zelfs een sprintje konden trekken! En Dieter die heeft toch een dag met krukken moeten lopen en de mooie foto die dit verslag vergezeld, biedt hij u dan ook graag aan!

Als je ’t ons vraagt, dan is de uitvinding van de laatste 2000 jaar, een fiets! En owjah ook Chiro!